Je snijdt de sinaasappel doormidden. Pakt een helft. En met een flipbeweging duw je zo de partjes naar buiten. Ik zag dit in een foodhack filmpje op Facebook en besloot het vanmiddag te proberen. Ik knijp, probeer om te buigen, spetter overal sap. Moest ik de sinaasappel eerst rondom insnijden? Ik kan me niet herinneren dat die handeling voorkwam in het filmpje van dertig seconden. Ik snij de partjes onhandig los van de schil, mijn bord nat en plakkerig. Ik lunch op de bank terwijl ik kijk naar de documentaire Aspen van Frederick Wiseman. De film begint met priesters in het wit, daarna mooie rossige koeien, daarna een huwelijksaanzoek in een luchtballon. De gelofte hortend en stotend gebracht omdat de brander van de luchtballon loeit en brult.
—
Het meisje kreeg een sinaasappel van haar Dutchboy. De Nederlandse glasblazer op wie ze verliefd werd, op het schip dat ze naar het nieuwe Beloofde Land zou brengen, de oostkust van Amerika. Hay-leefde, fluisterde hij haar toe: geliefde. Ze leerden elkaar woordjes. Een sinaasappel was het toppunt van luxe, de smaak zoet, een sappige kleine zon. Helaas komt het schip in een storm terecht. Het is een gruwelijk hoofdstuk in The Vaster Wilds van Lauren Groff, zo’n boek dat je niet kunt neerleggen omdat je moet weten wat er gaat gebeuren. Het meisje heeft zichzelf vastgesnoerd in het ruim aan haar semi-zusje, het blonde gehandicapte kind waarop ze moet passen. Alles wat niet vast is gebonden in het ruim raast heen en weer in de donkere krakende buik van het schip: kopjes, borden, po’s en emmers vol afschuwelijke vloeistoffen. Een baby.
—
Ik had nog nooit de sinaasappels gezien op het doek van Van Eyck, de Arnolfini’s. En dat terwijl we een reproductie van het doek boven ons bed hebben hangen. De bruid in het groen is misschien wel dood, een geest, een herinnering. Omdat er maar één kaarsje brandt, niet aan haar kant. Ik zie ook nu pas dat ze elkaars hand niet goed vasthouden, het is heel vluchtig, ze kijken elkaar niet aan. Links zie je een raam, de bakstenen fantastisch geschilderd, buiten in de zon staat een kersenboompje, we zien een glimp. Op de vensterbank en op een kist liggen sinaasappels. Misschien om te laten zien hoe rijk deze mensen waren, waar ze in handelden, de koopman met het gezicht van Poetin en zijn spookbruid.
—
Als de crackers, chips en koekjes op zijn eet de puber drie sinaasappels op een dag. Soms op één avond, zo rond een uur of tien, als hij het naar bed gaan probeert uit te stellen. Scheurbuik zal hij niet krijgen.
—
Van schrijver en illustrator Mark Haddon leer ik dat het niet uitmaakt, overgangen in een tekst. Ik lees Leaving Home, zijn autobiografie vol illustraties en tekeningen, over hoe zijn afstandelijke ouders eigenlijk geen kinderen hadden moeten krijgen. Hij vertelt over een schrijfworkshop die hij graag doet met kunststudenten: op tien papiertjes schrijf je belangrijke levensgebeurtenissen, zoals een bruiloft, een sterfgeval, de loterij winnen, blind raken. Een rampzalige vakantie. Ontvoerd worden door buitenaardse wezens. De papiertjes worden gemixt, ondersteboven op tafel gelegd. Je kiest er vier uit en leest ze hardop voor. De vier gebeurtenissen worden vanzelf een verhaal, klinken soms zelfs als de basis voor een interessante roman. Mensen verzinnen zelf wel de connecties ertussen. Haddon wilde twee dingen bewijzen: een plot maakt niet zoveel uit en is eenvoudig te verzinnen, en lezers hebben nauwelijks uitleg nodig. Beleving willen ze wel.
—
Ik had nog nooit eerder een documentaire gezien van Frederick Wiseman, die onlangs is overleden. Een stuk in de Filmkrant van Elise van Dam maakte me nieuwsgierig: hij maakte zijn films nooit met een vooropgesteld idee van wat hij wilde vertellen. “Als ik al een these heb, heb ik geen reden meer om de film te maken”, stelde hij in een interview met The Paris Review. Het draaien van de film, het observeren was het leerproces. Het zoeken naar antwoorden. Een zoeken dat nooit ophield.
Tot en met augustus ben ik gestopt met mijn wekelijkse column in de PZC om te werken aan een roman. Ik heb geen idee hoe dat moet, een roman schrijven. Ik verzamel adviezen van vele kunstenaars, zoals van Wiseman en Haddon. Schrijf op wat me raakt. Ik lees veel. Probeer meer te slapen dan mijn gebruikelijke vijf, zes uur. En gezond te eten. Sinaasappels. Zon. Thuis lunchen met een film of een serie. En dan weer terug naar de verlaten school, waar ik een lokaal heb gehuurd om in te schrijven. Met een deur die dicht kan.
Stapels notitieboekjes. A room of one’s own. Waar ik mijn zooi kan laten liggen en waar ik mezelf een start- en eindtijd geef voor het schrijven. Er is geen internet, dat helpt ook mee. Mijn deadline voor de eerste versie van een roman: 5 november, mijn verjaardag, een idee van dichter Annemarie Steinvoort dat ik nu leen. Dankjewel Annemarie!
