Less than seven packs of chewing gum – Player Piano

Slaughterhouse Five herdenkmuur in een kelder van de Messe van Dresden.

Gelezen: Player Piano, Kurt Vonnegut.

“Big, undreamed-of-things – the people on the edge see them first.”

Ik lees over Renate Dorrestein en dan kom je hem vaak tegen: Kurt Vonnegut, haar grote held. Ik had alleen nog maar zijn Slaughterhouse Five gelezen. Toen we naar Dresden gingen was ik benieuwd of er iets van Vonnegut te zien zou zijn. Er bleek een herdenkingsbeeld te staan met allerlei verlichte schermpjes, onderin het beurscomplex van Dresden, de Messe. Daar was de koelcel waarin Vonnegut opgesloten zat toen de bommen op de stad vielen. Helaas was er een congres aan de gang, bezoeken lukte niet, maar je kunt er schijnbaar wel heen met een gids op een speciale Vonnegut-tour.

Slaughterhouse Five memorial in Dresden

In plaats daarvan las ik zijn debuut, Player Piano uit 1952. En het lijkt alsof de tijdreiskrachten toen al wakker waren bij Vonnegut, want Player Piano is net een satire op ons AI-tijdperk en de bullshit jobs die er steeds meer zijn: “people have no choice to become second-rate machines themselves, or wards of the machines.”

In Player Piano reis je mee door de wereld van engineers en managers. En dan zijn er ook nog allerlei lagere klassen, die op basis van één test een IQ-bewijs en een beroepsadvies krijgen. Alles is gestandaardiseerd, want dit is een robotwereld. Machines hebben vrijwel al het werk overgenomen. Kwalificeer je niet voor de engineers of de managers, dan rest je een bestaan als huisvrouw of soldaat, of krijg je een plek in het Reconstruction and Reclamation Corps, in de volksmond the Reeks and Wrecks. Dan sta je bijvoorbeeld met vijftien andere mensen een gat in de weg te repareren, een dag of vier of een week lang.

Een player piano is zo’n zelfspelende piano die je vaak ziet in westerns. Net zoals een draaiorgel werken die met een ponskaart. Het boek gaat over een tijdperk na de derde wereldoorlog. Toen iedereen aan het strijden was heeft een handjevol engineers de fabrieken vernieuwd, zodat het werk door kon gaan zonder personeel. Bewegingen van arbeiders zijn gekopieerd in ponskaartjes. Paul Proteus is zo’n engineer, zoon van een legendarische uitvinder. Een alleskunner, iemand die voor het geluk geboren is en voor de hoogste sport van de carriereladder. Maar het boeit hem allemaal niet zo. Zijn vrouw Anita wil dat hij de sociale spelletjes meespeelt en is daar zelf heel bedreven in, maar Paul droomt van een simpel boerderijtje en gaat liever whisky drinken in een groezelige, authentieke saloon. Hij is nostalgisch en rijdt rond in een oldtimer met één kapot voorlicht. De lagere klassen reizen met een automatisch openbaar vervoer, zonder machinisten of conducteurs. Een computerstem somt de bestemmingen op, waarin je ook de Nederlandse wortels van New York herkent: Johnsonville – Fonda – Amsterdam – Schenectady – Watervliet – Albany – Rensselaer – and finally, Ilium. Ilium, Troje, de stad die ook terugkomt in Cat’s Cradle en Slaughterhouse Five.

“He was showing the cat an old battlefield at peace. Here, in the basin of the river bend, the Mohawks had overpowered the Algonquins, the Dutch the Mohawks, the British the Dutch, the Americans the British. Now, over bones and rotten palings and cannon balls and arrowheads, there lay a triangle of steel and masonry buildings, a half mile on each side – the Ilium Works. Where men had once howled and hacked at one another, and fought nip-and-tuck with nature as well, the machines hummed and whirred and clicked, and made parts for baby carriages and bottle caps, motorcycles and refrigerators, television sets and tricycles – the fruits of peace.”

Vonnegut werkte zelf bij de multinational General Electric. Uit een interview: “this was in 1949 and the guys who were working on it were foreseeing all sorts of machines being run by little boxes and punched cards. Player Piano was my response to the implications of having everything run by little boxes. The idea of doing that, you know, made sense, perfect sense. To have a little clicking box make all the decisions wasn’t a vicious thing to do. But it was too bad for the human beings who got their dignity from their jobs.”

Toen zijn debuut uitkwam moest hij uit recensies opmaken dat hij in de sci-fi hoek was beland: “I learned from reviewers that I was a science-fiction author. I didn’t know that.”

Terwijl Paul Proteus sleutelt en mijmert krijgt in een andere verhaallijn de Shah van het fictieve land Bratpuhr een rondleiding in het hypermoderne Amerika, samen met zijn tolk. Hij ziet overal slaven en roept dat enthousiast uit: “Takaru!”
Maar nee, het zijn geen slaven, legt de gids uit: “any man who cannot support himself by doing a job better than a machine is employed by the government, either in the army or the Reconstruction and Reclamation Corps”.
Ah, is het dan communisme, vraagt de Shah. Maar nee, dat is het zeker niet: “industry is privately owned and managed, and co-ordinated – to prevent the waste of competition – by a committee of leaders from private industry, not politicians.”
De techbro’s die het voor het zeggen hebben en dat vieren met hun eigen crypto.

Alles is perfect geregeld, maar de verveling slaat toe. De nutteloosheid. Schaamte. Vandalisme. De engineers voelen zich steeds vaker beschimpt en bedreigd, en dat terwijl ze hun medemens toch zoveel rijkdom en gemak hebben gegeven. Er borrelt een revolutie. “Things, gentlemen, are ripe for a phony Messiah, and when he comes, it’s sure to be a bloody business.”

We mogen samen met de Shah even meekijken in het leven van een verdrietige huisvrouw. Haar man gaat vreemd omdat ze zo futloos en droevig is geworden. Ze wil haar gezin weer even bij elkaar brengen met een lekkere steak. Het koken daarvan duurt één minuut. Het opeten, het enige moment dat ze samen aan tafel doorbrengen, is misschien vijf minuten. Ze probeert tijd te rekken, maar er zijn niet eens meer knoppen waar ze aan kan draaien. Alles gaat automatisch, met voorverpakte maaltijden.

Ook is er de vrouw van een mislukte schrijver, die zich aanbiedt aan de Shah voor wat extra geld. Want haar man doet illegaal werk, zijn roman is afgekeurd. Schrijvers moeten werken voor twaalf vastgestelde typen lezers, net zoals dpg zijn lezers tegenwoordig onderverdeelt in zes lezersbehoeften: hou me op de hoogte – geef me context – help me verder – raak me – verras me – verbind me. Populair in de wereld van Player Piano is de DSM, de Dog Story of the Month. Maar haar man wil heel iets anders schrijven. “My husband says somebody’s just got to be maladjusted; that somebody’s got to be uncomfortable enough to wonder where people are, where they’re going, and why they’re going there. That was the trouble with his book. It raised those questions, and was rejected. So he was ordered into public-relations duty.” Dat was ook de laatste vaste baan van Vonnegut, in PR.

Net zoals al het werk zijn ook kunst en cultuur gestandaardiseerd. “The way they keep culture so cheap is by knowing in advance what and how much of it people want. They get it right, right down to the color of the jacket. Gutenberg would be amazed.”
De Shah staat verbaasd als de vrouw dit verder uitlegt: “a fully automatic setup like that makes culture very cheap. A book costs less than seven packs of chewing gum. And there are picture clubs too, pictures for your walls at amazingly cheap prices. Matter of fact, culture’s so cheap, a man figured out he could insulate his house cheaper with books and prints than he could with rockwool. Don’t think it’s true, but it’s a cute story with a good point.”

Paul Proteus is trots op een speech die hij steeds maar weer mag geven. De opmars van de vooruitgang, zoals hij het ziet: “the First Industrial Revolution devalued muscle work, the second one devalued routine mental work.” Want dat is nu eenmaal heel duur, om mensen voor herhaling te betalen. Als hij thuis zijn speech overdenkt komt hij op de derde en laatste stap: “machines that devaluate human thinking”. Het tijdperk van AI, waarin we ChatGPT niet alleen vragen om huiswerk te maken, logo’s te ontwerpen en e-mails te schrijven, maar ook inzetten als gratis therapeut zonder wachtlijst. Waarin universiteiten alvast de geesteswetenschappen en talen afschaffen, om ruimte te maken voor samenwerkingen met bedrijven. Waarin goedkope AI-muziek ingekocht wordt voor de speakers van je supermarkt, omdat je dan geen rechten hoeft te betalen.

Het verzet groeit, onder de naam Ghost Shirt Society. Wat me deed denken aan de False Face Society en de Ghost Dance beweging, omarmd door meerdere Native Americans en First Nations: via oude rituelen het slechte uitbannen, via dans en trance een nieuwe wereld wakker maken. Die connectie met de Natives is logisch, volgens de witte verzetsbeweging in het boek: “the machines are to practically everybody what the white men were to the Indians. Their old values don’t apply anymore.”

Player Piano vertelt over een samenleving met verplichte tests die uitwijzen wat je functie en waarde is als mens. Vol spookachtige landschappen met fabrieken en machines die zichzelf draaiende houden, waar Paul dan af en toe als een geest doorheen dwaalt. Er zijn feestjes en congressen voor de happy few. Net over de brug in het arme deel van de stad staat altijd een groepje mensen bij een spuitende brandkraan, om bootjes in de stroom te laten varen.

Het mooie van Vonnegut is zijn stelligheid en alle humor die daar in zit. Hoe hij beschrijving en satire mengt:

“The mansion was one more affirmation of Kroner’s belief that nothing of value changed; that what was once true is always true; that truths were few and simple; and that a man needed no knowledge beyond these truths to deal wisely and justly with any problem whatsoever.
“Come in,” rumbled Kroner gently, answering the door himself. He seemed to fill the whole house with his slow strength and rock-bound calm. He was as informal as he ever became, having replaced his double-breasted suit coat with a single-breasted one of a slightly lighter shade and with suede patches at the elbows.”

En ontelbare oneliners en tot nadenken stemmende citaten, die ook meer dan zeventig jaar later nog steeds pijn doen:

“Show me a specialist, and I’ll show you a man who’s so scared he’s dug a hole for himself to hide in.”

“Don’t put one foot in your job and the other in your dream. Go ahead and quit, or resign yourself to this life. It’s just too much of a temptation for fate to split you right up the middle before you’ve made up your mind which way to go.”

Op naar het volgende boek van Vonnegut: Cat’s Cradle.